De afgelopen weken hebben de zorgverzekeraars hun premies voor volgend jaar bekend gemaakt. De gemiddelde premiestijging is ongeveer 70 euro per jaar. Een enkele zorgverzekeraar heeft er voor gekozen de premie niet te verhogen. Dat de premies volgend jaar stijgen heeft twee belangrijke oorzaken. Allereerst zijn de zorgverzekeraars vanaf 1 januari verantwoordelijk voor bijvoorbeeld de wijkverpleging, die nu nog onder de AWBZ valt. Dat gaat om een bedrag van ruim 3 miljard euro per jaar. Daarnaast stijgen de premies omdat er consequent nieuwe en betere behandelingen aan het basispakket worden toegevoegd.

Tegelijkertijd is er kritiek vanuit politieke partijen aan de linkerzijde van het spectrum op de reserves die zorgverzekeraars op de bank hebben staan. Die reserves zijn hoger dan de Nederlandse Bank voorschrijft en moeten daarom volgens sommige partijen worden uitgekeerd aan verzekerden. Dat gebeurt in de praktijk al ruimschoots. Dit jaar hebben verzekeraars een fors deel van hun vermogens gebruikt om de stijging van de premie te beperken. De VVD vindt het onverstandig en onwenselijk om zorgverzekeraars te dwingen versneld nog meer van hun reserves uit te geven. Die reserves zijn nodig om te voorkomen dat de premies van jaar op jaar enorm verschillen.